Je eerste rijles begint met een kennismaking met de auto en het technische gedeelte van het rijden: sturen, schakelen, veilig wegrijden en stoppen. In de volgende lessen maak je kennis met de voorrangsregels, rotondes en het in- en uitvoegen van de snelweg. En niet te vergeten de bijzondere manoeuvres: stoppen, parkeren, omkeren en de hellingproef. Tot slot oefenen we de routes die ook bij de examens worden afgenomen. Tijdens het examen rijd je dus op een bekende route.

Het praktijkexamen:
Voor aanvang van het praktijkexamen zal de examinator een aantal zaken met je doornemen.   
De belangrijkste zijn:
- Controleren van de geldigheid van je legitimatiebewijs en theoriecertificaat.
- Controleren of de gegevens in het CBR systeem overeenkomen met je personalia.
- Je dient in het bijzijn van de examinator de (medische) eigenverklaring te ondertekenen.
- Voor de ogentest moet je een kentekenplaat op een afstand van 25 meter kunnen lezen.
 
Bij of in de lesauto worden door de examinator een aantal vragen gesteld over de motor, banden of dashboard (zie boven).
Tijdens het examen wordt er zelfstandig rijgedrag van je verwacht. Dit houdt onder andere in dat:
- Je geheel zelfstandig op een veilige, vlotte en betrouwbare wijze aan het verkeer kunt deelnemen.
- Je de navigatie apparatuur kunt bedienen en met behulp van de navigatie naar een opgeven adres kunt rijden.
- Je zelf op de verkeerstekens en verkeersborden let.
- Je zelf op de tekens van andere weggebruikers let en indien nodig hierop reageert.
- Je wijze van rijden (binnen de verkeersregels) is aangepast aan het overige verkeer.
- Je steeds de maximum snelheid probeert te rijden.
- Je zelfstandig de rijwijze aanpast aan de verkeers-  en weersomstandigheden en de aard en de toestand van de weg.
- Je zelf beslist om in te halen.

Iemand die veilig en betrouwbaar rijdt zal zeker slagen!
Als je geslaagd bent voor het rijexamen moet je binnen 6 maanden het rijbewijs aanvragen. Dit doe je op het gemeentehuis in de gemeente waar je staat ingeschreven. Je moet daar een pasfoto overhandigen en het kost ongeveer € 45,- vijf werkdagen later kun je dan het rijbewijs bij dat gemeentehuis ophalen.

Het praktijkexamen

Het praktijkexamen duurt ongeveer 55 minuten. Het praktijkexamen begint altijd met een uitleg van de examinator aan zijn of haar tafel. Na de uitleg en de controle van de papieren wordt er een zogenoemde ogentest gedaan. Dit houdt in dat je een kenteken moet kunnen lezen vanaf ongeveer 25 meter. 

 

Dan wordt de verlichting van de auto gecontroleerd en daarna volgen er een aantal technische vragen over de auto. 

 

Dan begint het rijden. Tijdens het rijden worden alle examenonderdelen getoetst. Gedurende de rit moet je 2 bijzondere manoeuvres doen, tenzij je hier een vrijstelling voor hebt door je Tussentijdse toets.

 

Tussentijdse toets

Na driekwart van je rijopleiding kun je een Tussentijdse Toets (T.T.T) afleggen. De toets verloopt zoals een echt examen met een examinator. Aan het eind van de rit neemt de examinator de rit met je door en geeft advies over wat goed is gegaan en wat beter kan en moet. Dezelfde bekende examinator krijg je ook bij het praktijkexamen waardoor je een beter gevoel krijgt. Als je de bijzondere manoeuvres goed en veilig uitvoert, krijg je hiervoor vrijstelling bij je eerste examen. Uit statistiek is gebleken dat kandidaten die een T.T.T. afleggen, hun kansen verhoogd hebben met 40 tot 60 % om in een keer te slagen.

Voordat je het praktijkexamen af mag leggen moet je in het bezit zijn van het theoriecertificaat. Je kunt het theorie-examen afleggen als je 16 jaar of ouder bent. De geldigheid van dit theoriecertificaat is 1,5 jaar. De theorie voor het rij -examen bestaat uit drie gedeelten.

1. Gevaarherkenning (25 vragen)

2. Verkeersregels (30 vragen)

3. Verkeersinzicht (10 vragen)

De tijd voor het afleggen van het examen bedraagt ongeveer 45 minuten. In totaal moet je van de vragen over gevaarherkenning 13 vragen goed hebben en van de vragen over verkeersregels en verkeerinzichts samen 35.

 

2toDrive: Lessen v.a 16,5 jaar

Leerlingen melden zich wel aan voor het experiment via de website www.2todrive.nl. Daar kunnen zij de begeleiderspas aanvragen. Op deze pas komen de namen van de coaches van de leerling te staan. Door invoering van het experiment veranderen er een aantal zaken voor het behalen van het rijbewijs:

      • Leerlingen mogen vanaf 16 jaar het theorie-examen voor de auto afleggen. De geldigheid van het theorie-certificaat wordt verlengd naar 1,5 jaar.
      • Vanaf 16 jaar en 6 maanden mogen zij starten met het volgen van rijlessen.
      • Het praktijkexamen mag afgelegd worden vanaf 17 jaar (Tussen tijdse toets v.a. 16,5 jaar).
      • Nadat de leerling het praktijkexamen met succes heeft afgerond mag hij/zij tot zijn 18e verjaardag alleen autorijden onder begeleiding van een coach.
      • De leeftijd voor het behalen van het theorie-examen van de bromfiets wordt verlaagd naar 15,5 jaar.

Eisen coach

      • Aan coaches wordt een aantal eisen gesteld:
      • Minimaal 5 jaar in het bezit van rijbewijs B
      • Minimaal 27 jaar oud
      • Geen strafrechtelijke veroordelingen voor verkeersovertredingen
      • Geen alcoholcursussen of gedragscursussen hebben gehad
      • Geen onderzoeken naar de rijvaardigheid of rijgeschiktheid hebben gehad
      • Niet onder invloed van alcohol, drugs of medicijnen tijdens het begeleiden
      • Kunnen tonen van geldig

 

Voertuig Controle

Voor het praktijkexamen wordt door de examinator een aantal vragen gesteld over de motor, de banden of het dashboard. 
Lees daarom deze pagina een aantal keren aandachtig door zodat je deze vragen met vertrouwen tegemoet kunt zien.
 

De Motor(Golf 7 TDI) 
De motorkap ontgrendelen doe je van binnenuit de auto, een hendel links onder het stuur tegen de buitenkant van de auto naar je toe trekken. De motorkap boven het VW embleem vastpakken en omhoog doen.
 
Vraag: Hoe moet je de motorolie peilen?
De peilstok eruit trekken, schoonmaken, terug plaatsen er opnieuw uittrekken en controleren, de olie moet tussen de minimum en maximum streep zitten. Dit doe je voor het rijden het liefst bij een koude motor. De auto moet ongeveer vlak staan. Staat de peilstok op zijn minimum dan moet je ongeveer 1 liter olie bijvullen om weer op het maximum te komen. De olie giet je daarvoor in de oliebijvulopening boven op de motor.
 
Vraag: Waar dient de accu voor?
De accu is de batterij van de auto en zorgt voor de stroom. Moderne accu`s hebben een kijkglaasje. Als de kleur groen is dan is de accu goed.
 
Vraag: Wat moet je nog meer controleren?
De koelvloeistof, remvloeistof en de ruitensproeiervloeistof. De ruitensproeiervloeistof vul je in de winter bij met ruitensproeier-antivries.
 
Probeer hieronder de volgende onderdelen te benoemen.
Koelvloeistof-Accu-Olie bijvullen-Olie peilstok-Ruitensproeiervloeistof-Luchtfilter-Zekeringenkastje

 

De Banden: 
Wat controleer je aan de banden en wielen voor je gaat rijden?   
- Er moet een dopje op het ventiel zitten tegen vuiligheid anders kan het ventiel gaan lekken na oppompen.

- De bandenspanning moet tussen 2 en 2.5 bar zitten.
- De profieldiepte moet minimaal 1.6 mm zijn, hoe meer profiel hoe beter. 
- Profiel is voor het afvoeren van water ter voorkoming van aquaplaning. 
- Winterbanden werken optimaal als er meer dan 4 mm profiel op zit.
- Alle moeren moeten goed vastgedraaid zitten.
- De slijtage van het bandenprofiel moet gelijkmatig verdeeld zijn.  
- De zijkant mag geen beschadigingen hebben waardoor je de koordlagen kunt zien en in de zijkant mogen geen droogte scheurtjes zitten.




 

 

 

 

 

Vraag:  Waar wordt de profiefdiepte gemeten?  
Deze wordt gemeten in de 3 hoofdgroeven.
 
Vraag: Waarom zit er profiel op een band?
Om het water af te voeren als je snel door een plas rijdt, anders rijd je over een laag water (aquaplaning) in plaats van asfalt, slippen zal het gevolg zijn
 
Vraag: Hoeveel druk moet er in een band zitten en waar is dat te vinden?                        
De bandendruk moet meestal tussen 2 en 2.5 bar zijn. 
Precies kun je het vinden; 
1. In het instructieboekje van de auto 
2. Op een sticker ergens in de auto bijvoorbeeld op de binnenzijde van het benzineklepje
3. Vaak ook op een kaart bij de benzinepomp
Een te zachte band rolt zwaarder en de auto gebruikt daardoor meer benzine wat slecht is voor het milieu. Ook stuurt de auto zwaarder de band zal meer slijten en de wegligging is slecht vooral in bochten. De auto dwarrelt als het ware over de weg. Een te harde band kan gaan stuiteren.

Vraag: Waarom moet er een dopje op het ventiel zitten? 
Op het ventiel moet een dopje zitten zodat er geen zand in kan komen. Anders kan het zand bij het oppompen onder de afsluiting van het ventiel komen waardoor deze lucht kan gaan lekken.
 
Vraag: Wat heb je nodig als je onderweg een lekke band krijgt?
Bij een lekke band heb je een reservewiel een krik en een dop- of kruissleutel nodig deze vind je meestal in de kofferbak onder de mat.
 
Hoe moet je een band verwisselen? 
De auto op de handrem zetten. Het reservewiel met de krik en (kruis)sleutel uit de kofferbak halen. De krik onder de auto plaatsen op de daarvoor bestemde plaats bij de lekke band. De auto een beetje omhoog krikken. Het wiel moet de grond nog blijven raken, dan eerst de moeren van het wiel allemaal één slag losdraaien zodat het wiel niet gaat ronddraaien als je het verder losdraait. Daarna de auto verder omhoog krikken en de moeren geheel los draaien. Het wiel verwisselen en de moeren handvast vastdraaien, de auto laten zakken tot deze de grond raakt dan de moeren kruislings stevig vast draaien. Als de auto geheel op de grond staat de moeren met een momentsleutel kruislings allemaal de juiste spanning geven.
 
Dashboard (Golf 7 TDI)

 De toerenteller geeft het aantal omwentelingen van de motor x 1000 per minuut aan. Tussen 2000 en 2500 toeren schakelen. De temperatuurmeter geeft de temperatuur van de motor aan, als deze te hoog wordt dan de motor afzetten en laten afkoelen.
 
Rode lampjes:  Gordel (links)  -  Handrem (midden) Oranje lamp: Motormanagement (links - Rode mistachterlicht (rechts).
Gaat de oliedruklamp (oliekannetje) branden dan direct stoppen en de motor meteen afzetten. Anders heb je kans dat de motor te heet wordt en vastloopt.

Rode lampjes:
Als er een rood lampje gaat branden dan de auto meteen stilzetten en nader uitzoeken wat er aan de hand is. (Zie instructieboekje van de auto)

Oranje lampjes:
Als er een oranje lamp gaat branden dan voorzichtig naar huis of beter naar een garage rijden en uitzoeken wat er aan de hand is. (Zie instructieboekje van de auto)

 Vraag: Wat doe je als er iets stuk is aan de auto?
Naar de garage gaan!

Kun je de instrumenten aanwijzen?

1 = Verlichting 2= Richtingaanwijzer 3 = Toerenteller 4 = Snelheidsmeter 5 = Ruitenwisser 6 = Waarschuwingslichten 7 = Radio en navigatie 8 = Kachel 9 = Claxon 10 = Stuurverstelling 11 = Motorkapvergrendeling

Verlichtingsknop - Richtingaanwijzer - Toerenteller met temperatuurmeter - Snelheidsmeter met brandstofmeter -  Ruitenwisser - Waarschuwingslichten 

De blauwe lamp geeft aan dat het grootlicht aanstaat.
De richtingaanwijzerhendel wordt ook gebruikt voor de cruisecontrole en als grootlicht schakelaar. Voor grootlicht de hendel van je af drukken.

 

Navigatie: Touch screen of voice gestuurd

De ruitenwisserhendel:


De symbolen links zijn voor de voor ruitenwisser. En rechts voor de achter ruitenwisser. Sproeien is de hendel naar het stuur toe trekken, de ruitenwisser dan ook automatisch een paar keer wissen.Voor de achterraam-wisser de hendel van je af drukken.


 

Verlichting:
Nu is de verlichting uit:
  








Dit is het stadslicht: 

Hiermee mag je alleen parkeren dus niet rijden.

Dit is het dimlicht:


Met deze verlichting mag je altijd rijden.
Als je dimlicht op hebt en de richtingaanwijzer van je afdrukt dan zet je grootlicht op, een blauwe controlelamp gaat branden.

Dit is de dagrijverlichting:

Hierbij branden de achterlichten niet.
Dit is om energie-zuinig te rijden en toch verlichting te voeren.
Als je de auto start gaat in deze stand het licht automatisch aan.
Als het donker wordt springt het licht automatisch op dimlicht.
Als je de auto afzet gaat het licht weer uit.

  Dit is het mistvoorlicht:
De dimlichtknop heb je nu 1 tik uitgetrokken de groen controlelamp is gaan branden. Met deze verlichting mag je alleen rijden als het zicht ernstig is belemmerd. Als je de knop 2 tikken uittrekt dan gaat ook het rode mistachterlicht branden.

 

 

De verwarming:


1 = Achterruitverwarming 2 =Voorruitverwarming   3+8 =Temperatuur/kachel        4+7 = Stoelverwarming    5 = Richting lucht instroom   6 = Interne circulatie    9 = Airco   10 = Blower

Kun je deze knoppen vinden?
Voorruitverwarming - Interne circulatie - Achterruitverwarming - Temperatuur instelling chauffeur - Temperatuur instelling bijrijder - Airco - Blower
 
Vraag: Hoe krijg je het voorruit zo snel mogelijk schoon als deze beslagen is?
De voorruitverwarming (1) aanzetten de airco springt dan ook automatisch aan.
 
Vraag: Hoe stel je de hoofdsteun af?
De hoofdsteun indien mogelijk op hoofdhoogte en kort tegen het hoofd afstellen.
Vooral belangrijk bij een aanrijding van achteren om een whiplash te voorkomen.
 
Vraag: Hoe stel je de spiegels af?
De binnenspiegel zo afstellen dat de bovenkant onderkant en de linker zijkant van het achterraam nog juist zichtbaar zijn.
De linker buitenspiegel zo afstellen dat je een stukje van je eigen auto ziet en de horizon midden van de spiegel.

 

Je stoel afstellen: kan op hoogte, afstand en rugleuning.
Je stuur: kun je afstellen op hoogte en afstand, de hendel hiervoor zit links onder het stuur. 

 

De handrem (P) werkt electronisch. Linker knop is voor uitschakelen start/stop systeem. Rechts boven is automatische fileparkeren. Rechtsonder is uitschakelen afstand sensoren.